Van werkvorm naar goed gesprek over sociale veiligheid

Van werkvorm naar goed gesprek over sociale veiligheid

In ons lespakket voor de Week tegen Pesten vind je diverse werkvormen. Zij vormen vaak het begin van een waardevol gesprek. Juist in de nabespreking maak je de verbinding tussen de werkvorm en de eigen ervaringen van kinderen en jongeren.

  • Wat herkennen zij?
  • Wat gebeurt er in hun groep?
  • Wat helpt om te zorgen dat iedereen erbij hoort?
  • En welk gedrag zorgt juist voor afstand?

Door hierover in gesprek te gaan, help je kinderen en jongeren anders te kijken naar denken, voelen en doen. Zo ontstaat ruimte om samen te oefenen met gewenst gedrag. Op individueel niveau én als groep.

Waarom nabespreken zo belangrijk is

Tijdens werkvormen kunnen voorbeelden ontstaan van gedrag dat over grenzen gaat. Ook vormen van pestgedrag kunnen naar voren komen. Denk aan buitensluiten, meelachen, roddelen of online opmerkingen maken.

Zonder goede nabespreking kunnen kinderen en jongeren verkeerde ideeën meenemen. Bijvoorbeeld om dit gedrag te vertonen in contact met leeftijdsgenoten. Daarom is het belangrijk om samen stil te staan bij wat jullie hebben gedaan, gezien en geleerd.

Doe dit met een zorgvuldige nabespreking en een follow-up op de afspraken die voor de eigen groep gemaakt worden. 

Stel vragen over:

  • welke gedachten ze hebben
  • welke gevoelens daar voor hen bij horen
  • welk gedrag helpt of juist niet
  • welke grenzen belangrijk zijn
  • hoe keuzes gemaakt zijn 
  • wat de gevolgen daarvan zijn
  • welke oplossingen je ervoor kunt bedenken

Rond het gesprek altijd positief af. Kijk samen naar gewenst gedrag. Wat willen jullie meer zien in de groep? En wat helpt om iedereen een plek te geven?

Zorg eerst voor veiligheid

Een gesprek over pesten, buitensluiten of erbij horen kan veel losmaken. Sommige kinderen of jongeren herkennen situaties direct. Anderen hebben zelf iets meegemaakt of voelen zich geraakt.

Bereid het gesprek daarom goed voor met deze handvatten en gerichte nabesprekingsvragen. 

  • Vertaal de werkvorm naar jouw groep. Op welke manier sluit het accent dat we in deze werkvorm leggen aan op het gedrag van de kinderen en jongeren in jouw groep? 
  • Kijk wie extra steun nodig hebben. Voor welke kinderen of jongeren kan dit mogelijk emotioneel meer beladen zijn en hoe kun je daar op inspelen of steun bij geven? 
  • Houd de randvoorwaarde van veiligheid in het oog. Sta stil bij jouw groep: wat is nodig, zodat zij zich open kunnen stellen en ervaringen delen met elkaar? 
  • Maak vooraf duidelijke afspraken. Sta stil bij de eerder gemaakte afspraken over het omgaan met elkaar, voordat je in gesprek gaat over eigen ervaringen en de ervaringen als groep. Spreek af dat persoonlijke verhalen binnen de groep blijven. Houd er rekening mee dat het gesprek emotioneel kan zijn voor één of meer kinderen of jongeren. 
  • Stel jezelf open op als begeleider. Dat creëert een open gesprek. Je mag je eigen kwetsbaarheid (ook) laten zien door te vertellen wat deze werkvorm en dit thema met jou doet. Je kunt een eigen ervaring delen.
  • Geef ruimte aan verschillende gevoelens. Ieder kind of jongere denkt, voelt en doet op een unieke manier, geef daar ruimte voor en stimuleer tegelijkertijd ontwikkeling. 
  • Bewaak de veiligheid in het gesprek. Bewaak de balans in het gesprek tussen ruimte voor de beleving en de inhoud. 
  • Deel ook praktische tips en handvatten. Zo help je kinderen en jongeren om situaties waarin iemand er niet bij hoort beter te begrijpen. Ook leren zij hoe zij hierin sterk kunnen staan.

Als begeleider speel je hierin een belangrijke rol. Jouw rust, houding en voorbeeldgedrag geven richting aan het gesprek.

Tip: openheid creëert openheid

Kinderen of jongeren durven zich sneller uit te spreken als jij echt contact maakt. Deel daarom gerust wat jou raakt in het gesprek.

Je hoeft geen groot persoonlijk verhaal te vertellen. Een korte ervaring kan al genoeg zijn. Bijvoorbeeld over een moment waarop jij je buitengesloten voelde. Of over iets wat je vroeger lastig vond in een groep.

Door iets van jezelf te laten zien, kom je dichterbij. Dat helpt om vertrouwen op te bouwen. Kinderen en jongeren voelen dan: ook ik mag iets delen.

Zoom in op groei en ontwikkeling

Gebruik de nabespreking niet alleen om terug te kijken. Kijk vooral vooruit. Wat kunnen kinderen en jongeren leren? Waar kunnen zij mee oefenen?

Richt je bijvoorbeeld op:

  • in gesprek gaan over denken, voelen en doen van jezelf en anderen
  • je leren verplaatsen in een ander
  • eigen grenzen herkennen
  • grenzen van anderen respecteren
  • gedrag herkennen dat uitsluiten of buitensluiten versterkt
  • gedrag oefenen dat een veilige groep versterkt
  • steun geven aan iemand die gepest wordt
  • hulp vragen als dat nodig is
  • opkomen voor jezelf of een ander

Zo wordt de nabespreking meer dan een gesprek. Het wordt een oefenmoment voor sociale veiligheid.

Voorbeelden van nabesprekingsvragen

We geven verschillende voorbeelden van vragen om te stellen. Op deze manier helpen we je op weg met het gesprek naar aanleiding van de werkvorm. 

Tip: kies vooraf welke vragen passen bij jouw groep. Markeer ze in je voorbereiding. Zo houd je het gesprek overzichtelijk en veilig.

Vragen over eigen ervaringen 

Geef ruimte aan ervaringen, maar blijf niet hangen in het negatieve. Erken gevoelens en keer daarna terug naar leren, oefenen en oplossingen.

Bewaak het positief keren van ervaringen. Richt je op wat zij gaan leren en waar je dit schooljaar met elkaar aan wil werken, zodat dit kan gaan veranderen. 

  • Heb je zelf weleens meegemaakt dat er iemand niet welkom was? Wanneer was dat? Wat werd er gezegd of gedaan? Zorgde dit ervoor dat iemand zich meer of minder onderdeel voelde van de groep?
  • Wat kunnen redenen zijn dat iemand iets naars zegt over een ander? Welke gevoelens spelen daarbij een rol? (bijvoorbeeld jaloers, boos, verdrietig, bang of bezorgd). 
  • De keuze om niet mee te doen aan pestgedrag kan moeilijk zijn. Waar komt dat door? Denk bijvoorbeeld aan de angst dat anderen jou ook gaan pesten, dat ze je niet meer aardig vinden, dat je er niet meer bij hoort, dat ze boos op je worden.
  • Heb je kinderen het gevoel gegeven dat ze erbij horen en welkom zijn? Was dat toen jullie elkaar zagen of online? Wat dacht je toen? Hoe voelde je je op dat moment? Hoe voelde je je achteraf? Wat deed of zei je precies? Zou je dat een volgende keer hetzelfde of anders doen? Heb je het goed gemaakt? Hoe? Zo niet, wil je dat alsnog doen?
  • Heb je meegedaan aan het buitensluiten van iemand? Was dat toen jullie elkaar zagen of online? Wat dacht je toen? Hoe voelde je je op dat moment? Was jouw gevoel van buiten te zien? Zo ja, hoe konden anderen dat aan jou zien of horen? Of zat jouw gevoel meer van binnen? Hoe voelde je je achteraf? Wat deed of zei je precies? Wat zou je de volgende keer anders doen of zeggen? Is buitensluiten te voorkomen? Wat denk jij?
  • Als er over iemand er niet bij hoort, heeft deze persoon er vaak last van. Welke gedachten kan iemand krijgen? Welke gevoelens kan iemand krijgen? Kan deze persoon ook last krijgen van zijn lichaam? Verandert het gedrag van deze persoon? Wat doet en zegt deze persoon dan? Op welke manier? 
  • Heb jij zelf weleens meegemaakt dat je er niet bij hoorde? Hoe was dat voor je? Veranderde er iets in jouw denken, voelen en doen? Wat dacht jij toen? Waren dit positieve of negatieve gedachten? Was jouw gevoel van buiten te zien? Zo ja, hoe kunnen anderen dat aan jou zien of horen? Of zat jouw gevoel meer van binnen? Heb je het kunnen oplossen? Als dat niet is gelukt, hoe zou je dat een volgende keer proberen op te lossen? Hoe zouden anderen jou daarbij kunnen helpen?
  • Heb je weleens gezien dat anderen iemand buitensloten en niet ingegrepen? Kun je uitleggen hoe het kwam dat je ervoor gekozen hebt om niet in te grijpen? Wat dacht je? Wat voelde je? Wat deed of zei je precies? Wat zou je de volgende keer anders doen?
  • Heb je weleens gezien dat anderen iemand buitensloten en wel ingegrepen? Kun je uitleggen hoe het kwam dat je ervoor gekozen hebt om wel in te grijpen? Wat dacht je? Wat voelde je? Wat deed of zei je precies? Zou je het de volgende keer op dezelfde manier doen of anders? Hoe komt dat? Welke tip heb je voor anderen om in te grijpen?
  • Kan de groep er ook last van krijgen als niet iedereen zich veilig voelt of erbij hoort? Wat merk je dan aan de manier waarop kinderen met elkaar omgaan in de groep? Wat merk je dan aan de manier waarop kinderen met elkaar omgaan in de groep? 
  • Hoe kun je iemand helpen en steun geven als deze wordt gepest? Hoe kun je laten zien en horen dat je meeleeft? Wat kun je doen en of zeggen zodat de persoon begrijpt dat jij het niet oké vindt? Welke aardige zin is dan fijn om te horen? 
  • Wat kan het voor iemand betekenen als er hulp en steun is? Welke gedachte geeft dat? Welk gevoel ontstaat daardoor? Kan het gedrag van iemand veranderen als er hulp en steun komt? Hoe kun je ervoor zorgen dat het pesten stopt? Wat kun jij daar zelf aan doen? Bij wie kun je om hulp vragen als je hoort dat er gepest wordt en wilt dat dit stopt? Hoe zou het zijn om dat samen met iemand anders te doen? Wat kun je samen met anderen doen of zeggen om de persoon waar het over gaat te helpen? Wat kunnen anderen doen? Hoe kun je dat aan hen laten weten?

Vertaal het gesprek naar de groep 

Na persoonlijke vragen is het belangrijk om de opbrengst te vertalen naar de groep. Wat betekent dit voor jullie klas, BSO, sportteam of vereniging? 

Vraag welke nieuwe inzichten de kinderen en jongeren hebben opgedaan. Gebruik daarvoor deze vragen:

  • Wat kunnen we van ons gesprek leren? 
  • Wat merken jullie in onze eigen groep? 
  • Hoe kunnen we in onze groep op een positieve manier met elkaar omgaan, zonder over de grenzen van de ander te gaan of deze een naar gevoel te geven?
  • Hoe zorg je ervoor dat je zelf goed nadenkt over wat je zelf zegt of doet en hoe dat voor een ander is?
  • Wat kun je doen of zeggen als je hoort dat er op een niet leuke manier met iemand wordt omgegaan?
  • Wat kunnen wij als groep doen om pestgedrag te verminderen?
  • Hoe kun je ervoor zorgen dat je zelf niet meedoet aan pestgedrag?
  • Wat is een goede aanpak als je een probleem hebt met iemand, om dit op te lossen?
  • Wat kunnen wij als groep doen om positief met elkaar omgaan te stimuleren? Welk gedrag past daarbij? Wat doen of zeggen we dan? Wat doen we dan niet?
  • Hoe kunnen wij goede teamgenoten zijn?  
  • Wat kunnen wij als groep doen om te zorgen dat we ons meer verbonden voelen met elkaar en anderen het gevoel geven dat ze welkom zijn en zichzelf mogen zijn?
  • Hoe kunnen we meer begrip tonen voor de ervaringen, gedachten, gevoelens van anderen in onze groep? 
  • Pestgedrag kan ook ontstaan omdat we gedrag van de ander of iets van de ander niet kennen of goed begrijpen. Wat kunnen we vragen, doen of zeggen om elkaar beter te begrijpen en goed om te gaan met onze verschillen? Op welke manier kunnen we meer rekening houden met elkaar? 
  • Kunnen wij een afspraak maken met elkaar die ons helpt om een team te zijn waar iedereen bij hoort en zich welkom en thuis voelt?
  • Waar kunnen wij mee oefenen als we omgaan met elkaar op een positieve manier? Hoe kan ik jullie daarbij helpen? Zijn er nog meer mensen die jou of ons allemaal daar bij kunnen helpen? Op welke manier? 

Tip: wat als de sfeer lacherig wordt?

Soms blijft een groep lacherig of niet serieus. Benoem dat rustig en bespreek wat nodig is om de houding te verbeteren. 

Zeg bijvoorbeeld: “Op deze manier lukt het gesprek niet goed. Wat hebben we nodig om dit veilig en serieus te bespreken?”

Blijft de sfeer onveilig? Rond het gesprek dan zorgvuldig af. Onderzoek daarna wat nodig is om het gesprek later opnieuw te voeren.

Zo bescherm je de veiligheid van de groep.

Van gesprek naar gewenst gedrag

Een goede nabespreking helpt kinderen en jongeren om bewuster te kijken naar zichzelf en de groep. Ze leren dat hun gedrag invloed heeft op anderen.

Door vragen te stellen over denken, voelen en doen, ontstaat inzicht. Door daarna te oefenen met oplossingen, ontstaat groei.

Zo werk je stap voor stap aan:

  • een veiligere groep
  • meer begrip
  • duidelijke grenzen
  • sociaal-emotionele vaardigheden
  • een veilig groepsklimaat
  • het voorkomen van pesten

Aan de slag met de Week tegen Pesten

Maak van de Gouden Weken een sterke start voor jouw groep. Vraag hier binnenkort het gratis lespakket voor de Week tegen Pesten aan, geheel in het thema ‘Een plek voor iedereen! Toch?’.

Met de praktische werkvormen, tips en tools uit het lespakket werk je samen met je groep aan sociale veiligheid, betrokkenheid en het voorkomen van pesten en uitsluiting. Leerlingen leren elkaar beter kennen en begrijpen. Ze ontdekken welke positieve rol zij zelf kunnen spelen in de groep. Ook staan ze stil bij vragen als: hoort iedereen er echt bij? Wie vindt er makkelijk een plek? Voor wie is dat lastiger? Hoe kunnen we daarbij helpen?

Het lespakket helpt om bewustwording te creëren, positieve groepsnormen te versterken en diverse vormen van pestgedrag bespreekbaar te maken. Zo bouw je aan een groep waarin respect, acceptatie, waardering en begrip centraal staan. Een groep waarin iedere leerling voelt: ik hoor erbij..

Deel dit blog op Social Media

Gepubliceerd in:
GRATIS Lespakketten

Zet onze gratis lespakketten in om aan sociale veiligheid te werken en pesten tegen te gaan!

De lespakketten kunnen bijvoorbeeld in het onderwijs, de kinderopvang en op de sportclub worden ingezet door pedagogisch professionals en / of vrijwilligers, die werken met kinderen en jongeren. Ieder lespakket heeft een eigen thema en is ontwikkeld voor de Week tegen Pesten of Dag tegen Pesten. In de lespakketten zijn werkvormen, spelvormen, werkbladen, tips & tools opgenomen die bijdragen aan het voorkomen, tijdig signaleren en aanpakken van pesten. Door inzet van het lespakket versterk je sociale veiligheid in een groep en/ of organisatie.

Play Video

Ontvang altijd als eerste onze tips en nieuwe lespakketten

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
AVG vinkje*

Wil jij ook specialiseren in interventies bij sociale veiligheid en weerbaarheid?

Bij Kenniscentrum Omgaan met Pesten bieden wij opleidingen voor dé professional die het verschil wil maken in sociale veiligheid.

Kortom, er is voor jou ook een mogelijkheid om #verschilmaker te zijn!

(Online) Activiteiten

Naast onze opleidingen organiseren wij ook regelmatig (online) workshops, trainingen en webinars aan. Sommigen gratis en anderen tegen een kleine vergoeding.

Auteur:

Mirelle Valentijn

In 2023 werd ik als drijvende kracht achter onze organisatie Omgaan met Pesten benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
  
Als eigenaar van het Kenniscentrum kom je mij tegen als docent in ons scholingsaanbod. Ik ben daarnaast actief betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van alle opleidingen die wij aanbieden.
  
Ik heb een enorme motivatie, kracht en hele sterke missie om de wereld vriendelijker en veiliger en daarmee mooier te maken. Ik heb sinds 2003 duizenden kinderen, jongeren, volwassenen en pedagogisch- en onderwijsprofessionals geholpen.

mirelle-valentijn

Advies nodig?

Neem contact op met Mirelle

E. mvalentijn@omgaanmetpesten.nl
T: 06-36051642